Wat ik zeg
Op het podium doe ik hetzelfde als op papier: ik geef het perspectief van dieren en maak zichtbaar wat meestal buiten beeld blijft.
De methaanuitstoot van koeien kan tot 30 procent omlaag door met ‘emissiearme’ stieren te fokken, blijkt uit onderzoek van de WUR. Boerenlobby LTO is voor: het zou een stuk diervriendelijker zijn dan sleutelen aan het dieet. Maar de Vakbond voor Dieren heeft grote bezwaren.
De hoeveelheid methaan die runderen uitstoten, verschilt sterk van koe tot koe en van stier tot stier. En de aanleg voor een hoge of lage uitstoot is grotendeels erfelijk bepaald. Dat maakt het mogelijk om bij het fokken van koeien specifiek te selecteren op uitstoot. Door te kiezen voor sperma van een emissiearme fokstier zouden melkveehouders de methaanemissie van hun bedrijf zo geleidelijk omlaag kunnen brengen.
Dat volgt uit jarenlang onderzoek van Wageningen University & Research (WUR). De studie bevindt zich op dit moment in een afrondende fase; de conclusie luidt dat de methaanuitstoot door koeienboeren en -scheten op deze manier tegen 2050 met 15 tot 30 procent kan afnemen.
Methaan is een sterk broeikasgas en vormt na CO2 de belangrijkste bron van de opwarming van het klimaat. De uitslagen zijn zo veelbelovend dat methaanuitstoot vanaf volgend jaar al kan gaan gelden als keuzemogelijkheid bij de selectie van een fokstier.
Boerenorganisatie LTO Nederland is enthousiast. “Fokkerij is altijd een zaak van de lange adem. Maar zeker op termijn is dit een mooie manier om de uitstoot omlaag te krijgen”, reageert voorzitter Erwin Wunnekink van de LTO-vakgroep melkveehouderij. Vanuit de hoek van dierenwelzijnsorganisaties is er echter ook kritiek. “We gaan op deze manier toch weer aan het dier sleutelen. Dat is niet in het belang van de koe”, zegt Marjolein de Rooij van de Vakbond voor Dieren.
Onderzoek bij 10.000 koeien
Voor het onderzoek is de uitstoot van ongeveer 10.000 koeien herhaaldelijk gemeten tijdens het melken. Dat gebeurt via een sniffer, een kastje dat met een slangetje verbonden is aan een luchtfilter. Dat filter vangt de adem van één individuele koe op als ze zich in de melkrobot begeeft. Die informatie is gekoppeld aan de stamboomgegevens van het dier. Zo brachten de onderzoekers de erfelijke verschillen tussen koeien in beeld.
“De spreiding blijkt groot”, zegt Anouk van Breukelen, die over enkele weken op het onderzoek promoveert. Koeien stoten gemiddeld ongeveer 400 à 500 gram methaan per dag uit. Maar bij ruim 15 procent van de dieren ligt de uitstoot beneden de 300 gram en bij een even grote groep juist boven de 600 gram. Door bij het fokken te kiezen voor stieren met minder uitstoot, kan de methaanemissie dus omlaag.
In april 2025 wordt methaanuitstoot voor het eerst opgenomen in de lijst met ‘fokwaardes’ van de Coöperatie Rundvee Verbetering (CRV). Dat is de organisatie die erfelijke eigenschappen van stieren vastlegt en bijhoudt. Daarop staan veel meer kenmerken waarop boeren de keuze van hun stierensperma kunnen afstemmen. Melkproductie, maar ook vruchtbaarheid, gezondheid en levensduur.
Minder melk of niet?
Opvallend is dat uitstoot als erfelijke eigenschap redelijk op zich lijkt te staan. Zo zijn uitstootarme koeien niet per se lichter, gezonder of makkelijker in de omgang. “Je zou misschien verwachten dat heel productieve koeien ook meer methaan uitstoten”, zegt WUR-hoogleraar Roel Veerkamp. “Maar dat verband blijkt veel minder sterk dan we vermoedden.” Een uitstootarme koe is dus niet per se een lichtere koe die minder melk geeft.
Tegelijkertijd, benadrukken Veerkamp en Van Breukelen, blijft methaanuitstoot bij het fokken van koeien slechts één van de vele factoren om rekening mee te houden. Veerkamp: “In theorie kun je zelfs tot 42 procent minder uitstoot komen. Maar dan selecteer je bij het fokken puur op methaan. Dat is niet realistisch en ook onwenselijk.”
Een boer selecteert altijd op een combinatie van eigenschappen, zegt de WUR-hoogleraar. “En dat is maar goed ook: tot in de jaren negentig was de fokkerij eenzijdig gefocust op het verhogen van de productie. Nu is er gelukkig meer aandacht voor gezondheid en robuustheid: of een koe makkelijk met veranderende omstandigheden om kan gaan bijvoorbeeld. Verantwoord fokken betekent ook dat we niet moeten doorslaan door eenzijdig naar één eigenschap te kijken.”
Belang van het dier
Een koe die minder methaan uitstoot komt de mens misschien heel goed uit. “Maar emissiearm zijn is helemaal niet in het belang van het dier”, vindt Marjolein de Rooij. Zij ageert als voorzitter en oprichter van de Vakbond voor Dieren al langer tegen deze nieuwe ontwikkelingen in de fokkerij. Ze wijst daarbij onder meer op de politieke voornemens uit de nieuwe Wet Dieren. “Daarin staat dat we dieren niet meer aanpassen aan het veehouderijsysteem, maar het systeem aanpassen aan het dier.”
Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het onthoornen van koeien en het afsnijden van varkensstaarten. Ingrepen die al tientallen jaren gebruikelijk zijn om te voorkomen dat landbouwdieren zichzelf of elkaar verwonden. Terwijl meer ruimte en afleiding dat probleem ook kunnen oplossen. “Bij uitstootarm fokken kom je uit op hetzelfde principiële punt”, vindt De Rooij. “We gaan aan het dier sleutelen en het gedrag zo manipuleren dat het óns goed uitkomt. Terwijl de oplossing om de uitstoot te beperken veel simpeler is: minder dieren houden.”
De Rooij wijst erop dat koeien door de fokkerij veel meer melk zijn gaan produceren. “Dat leidde vervolgens tot allerlei gezondheidsproblemen die we ook weer proberen te ondervangen via fokkerij. Nu gaan we dan weer emissiearm fokken zonder dat we weten wat de effecten op lange termijn zijn. Ik vind dat een glijdende schaal.”
Niet doorslaan met fokkerij
WUR-onderzoeker Roel Veerkamp erkent dat het eenzijdig fokken van hoogproductieve koeien in het verleden tot problemen heeft geleid. “Maar intussen zijn we wel tientallen jaren verder. We vinden het nu juist belangrijk om op tal van eigenschappen te selecteren. Als je puur en alleen naar uitstoot gaat kijken, bestaat het gevaar dat je geen aandacht meer hebt voor de gezondheid van koeien. Daarom blijft het belangrijk om altijd naar meerdere eigenschappen te kijken.”
Erwin Wunnekink, voorzitter van de LTO-vakgroep melkveehouderij, vindt emissiearm fokken júíst een diervriendelijke manier om de uitstoot van koeien te beperken. “Een andere manier om dat te doen is bijvoorbeeld door aanpassingen in het voer.” Een bekend voorbeeld is Bovaer, een soort voedingssupplement voor koeien van DSM dat methaanvorming tegengaat. Het poeder kan worden toegevoegd aan het kracht- of ruwvoer dat koeien op stal krijgen.
“Ook dat kan een oplossing zijn. Maar het is wél minder goed toepasbaar als een koe gewoon een groot deel van de dag in de wei staat. En zo’n poeder vind ik dan een grotere ingreep dan dat we op een slimme manier fokken. Zo maken we gebruik van de natuurlijke variatie en potentie. Dat doen we al eeuwen met landbouw- en gezelschapsdieren.”
Kansen via klimaatdoelen voor boeren
Het is dan nog wel de vraag of boeren ook werkelijk gaan kiezen voor een emissiearme koe. “Een boer heeft er in het huidige systeem nog niets aan”, erkent Veerkamp. Plannen om boeren meer te belonen voor milieuvriendelijke keuzes zijn er echter wel. Zo wil het kabinet toe naar een systeem van doelsturing, waarbij boeren zelf mogen kiezen op welke manier ze aan milieu- en klimaatdoelen voldoen.
Bovendien, zegt Wunnekink, zijn er al internationale doelen afgesproken om de methaanuitstoot te beperken. Nederland zou de emissie met 30 procent omlaag moeten brengen tussen 2020 en 2030. “Fokken kan daar een bijdrage aan leveren. Niet van vandaag op morgen, maar als we op tijd beginnen, zien we over een aantal jaar de effecten.”
Een stikstofarme koe, kan dat ook?
Veel meer nog dan de methaanuitstoot beheerste de stikstofemissie van koeien de afgelopen jaren het debat. Dat roept de vraag op of het ook mogelijk is om een stikstofarme koe te fokken.
Ja, denken WUR-onderzoekers Roel Veerkamp en Anouk van Breukelen. Al is dat wel lastiger dan een methaanarme koe, en kost het bovendien nog een hoop tijd. “Methaan was zeker wereldwijd al eerder een belangrijk thema”, blikt Veerkamp terug. “Daardoor zijn rond 2012 meerdere grote onderzoekstrajecten gestart. Dat leidt nu tot resultaten.”
Naar stikstofarm fokken is veel minder onderzoek gedaan. “Ik verwacht dat de mogelijkheden vergelijkbaar zijn. Maar die zullen we dan wel eerst moeten verkennen.” Van Breukelen ziet daarbij nog wel een ander voorbehoud: stikstofverbindingen die voor schade in de natuur zorgen, ontstaan met name als koeienpoep en -plas bij elkaar komen. Het beter scheiden van mest is dus sneller en effectiever dan een uitgebreid foktraject, verwacht ze.
Recente artikelen
Populairste artikelen











